Eén schuldeiser niet voldoende voor uitspreken faillissement

maandag 26 juni

De Hoge Raad komt niet terug van zijn vaste rechtspraak voor het uitspreken van een faillietverklaring geldende vereiste dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft. Het pluraliteitsvereiste blijft overeind.

Achtergrond
Bij arbitraal vonnis van 28 maart 2014 is X veroordeeld om
€ 2.116.242,34 te betalen aan Y. Het vonnis is inmiddels onherroepelijk. Op 29 augustus 2014 verleent de voorzieningenrechter verlof voor de tenuitvoeringlegging van het arbitraal vonnis op grond van art. 1062 Rv. Y heeft daarna tevergeefs geprobeerd het vonnis te executeren. Y verzoekt X failliet te verklaren.

Procesverloop
De rechtbank wijst het verzoek af doordat niet is gebleken van pluraliteit (lees: meerderheid) van schuldeisers. Daarnaast stelt de rechtbank dat de door Y aangevoerde omstandigheden onvoldoende grond zijn om een uitzondering te maken op de voor faillietverklaring noodzakelijke voorwaarde van pluraliteit van schuldeisers. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank (ECLI:NL:GHDHA:2016:2443).

Beoordeling Hoge Raad
De Hoge Raad ziet geen aanleiding van zijn vaste rechtspraak terug te komen. De voor een faillietverklaring geldende eis dat summierlijk blijkt van een steunvordering, vindt volgens die rechtspraak zijn rechtvaardiging hierin dat het faillissement als doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder zijn gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft. In dit verband is mede van belang dat dit doel ook in het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht tot uitgangspunt wordt genomen, en dat het pluraliteitsvereiste hierin niet ter discussie wordt gesteld. Dat de wetgever het pluraliteitsvereiste onderschrijft, blijkt ook uit de wetsgeschiedenis van het in 2012 ingevoerde art. 212ha Fw.